Diep in het Austronesische paradijs ligt een groep eilanden die zich de toekomst heel anders hadden voorgesteld. Een zeevarend leven van vis, rijst en specerijen. Gelijkwaardig handelend met omliggende eilanden die eveneens als knalgroene kegels uit de zee verrijzen. Hier geen grote problemen. Maar het liep anders.
Als je in de beginnende wereldhandel te boek staat als The Spice Islands, dan weet je dat je vroeg of laat bezoek krijgt van Hollanders wiens culinaire vocabulaire gemonopoliseerd wordt door piepers, selderij en boerenkool. Over monopolie gesproken.
Oppervlakte: Alles bij elkaar 2 keer Nederlad.
Ongeveer net zo groot als: Tsjechië.
Aantal inwoners: 3,5 miljoen.
Hoofdstad: Sofifi (Noord-Molukken), Ambon (Zuid-Molukken).
Andere steden: Ternate.
Valuta: Indonesische Roepia.
Religie: Noorden is grotendeels islamitisch, zuiden grotendeels christelijk.
Taal: Ambonees en Bahasa Indonesia.
Meest voorkomende achternamen: Noord zijn vooral alle Ahmads en Hasans. Zuid gaat meer richting Buton, Bugis, Patty, Rahayaan.
Vlag: Noorden heeft een blauwe vlag met daarin een overwegend groen wapen. Zuiden heeft een groene vlag met ook een overwegend groen wapen. In Nederland zie je vooral de vlag van de gewenste Zuid-Molukse republiek: een rode vlag met links drie verticale banen blauw, wit en groen.




